02 Verven en looien
De bast van jurema preta als verfstof en looistof
Waarom de roodbruine bast van Mimosa tenuiflora textiel en leer kleurt, wat onderzoek over de kleurechtheid zegt en wat dat betekent voor de werkplaats.

De bast van jurema preta kleurt textiel en leer omdat hij veel looistoffen bevat, ook wel tannines genoemd. Braziliaanse onderzoekers beschrijven dat de tannines van de boom worden gebruikt in verf en bij het looien van leer (Souza e.a. 2008). Een Turkse studie noemt het extract een kleurstof voor de textiel- en leerindustrie en een additief in de voedingsindustrie (Erkan e.a. 2014, Journal of Saudi Chemical Society).
Wat tannines doen
Tannines zijn plantaardige polyfenolen die zich aan eiwitten en vezels hechten. Bij looien binden ze aan het collageen in een dierenhuid, waardoor die niet meer rot en soepel leer wordt. Bij verven geven ze zelf kleur en helpen ze andere kleurstoffen hechten. Het Braziliaanse onderzoeksinstituut IPT inventariseerde 21 inheemse boomsoorten met verfbare bast en concludeerde dat de kleurgevende stoffen in boombast vooral tannines zijn (IPT 2021).
Jurema preta heeft een bast van hooguit 5 millimeter dik. De buitenkant is donkerbruin en gescheurd, de binnenbast donkerrood (Embrapa). Die rode binnenbast verklaart de warme bruintinten waar natuurverfsters de plant om kennen.
Wat het onderzoek laat zien
De studie van Erkan, Şengül en Kaya (2014) is een van de weinige gepubliceerde verfproeven met Mimosa tenuiflora. De onderzoekers verfden twee soorten katoen: wit katoen en katoen dat eerder met indigo was geverfd. Na het verven behandelden ze de stof met zes verschillende metaalzouten als beits en maten ze de kleur met een spectrofotometer.
- Met een nikkelbeits kregen de stalen de meest verzadigde kleur.
- De kleurechtheid bij wassen, wrijven en licht was over het geheel matig.
- Op het indigokatoen was de natte wrijfechtheid slecht. Dat lag volgens de auteurs aan de indigo zelf, die bij nat wrijven slecht hecht.
Meer dan dat valt er op basis van gepubliceerd onderzoek over deze specifieke bast niet te zeggen. Hoe de kleur op wol of zijde uitvalt, hoe lichtecht de verving op lange termijn is en hoe sterk de partijen bast onderling verschillen, is voor zover wij konden nagaan niet systematisch gemeten.
Beitsen in het algemeen
Bij plantaardig verven is een beits een metaalzout dat de kleurstof aan de vezel bindt en de tint verschuift. Bij tanninerijke verfstoffen is dat effect groot: een ijzerbeits trekt bruintinten richting grijs en zwart, aluin houdt ze lichter en warmer. Dat principe kennen verfsters van eikengallen, walnootbolsters en kastanjebast. Het verklaart ook waarom één bast met verschillende beitsen een hele reeks tinten kan geven.
Metaalzouten zijn niet onschuldig. Een nikkelzout zoals in de studie hoort niet in een keuken, en ook het afvalwater verdient aandacht. Werk je met natuurlijke verfstoffen, gebruik dan aparte pannen en volg de veiligheidsinformatie van je beitsleverancier.
Bast voor de werkplaats
Wat webwinkels als jurema- of mimosabast verkopen, is meestal gedroogde wortelbast. Die bevat DMT, een stof die in Nederland op lijst I van de Opiumwet staat; de gedroogde bast zelf staat niet op die lijst (zie de wet). Wie met de bast verft of looit, gebruikt hem als grondstof voor textiel en leer, en niet om in te nemen.
Wil je de boom zelf zien groeien, lees dan hoe je jurema preta als sierplant kweekt. Over de chemie van de bast staat meer op de pagina DMT in de wortelbast.