01 De plant
Jurema preta herkennen, van bast tot peul
Hoe Mimosa tenuiflora eruitziet, waar de boom van nature groeit, welke namen hij draagt en welke rol hij speelt in de droge Caatinga van Noordoost-Brazilië.

Jurema preta is een doornige boom of struik uit de vlinderbloemenfamilie, met de wetenschappelijke naam Mimosa tenuiflora (Willd.) Poir. In de handel kom je hem vooral tegen als Mimosa hostilis. Dat is een oudere naam voor dezelfde soort: de Braziliaanse landbouwonderzoeksinstelling Embrapa noemt Mimosa hostilis (Mart.) Benth. als synoniem, naast Acacia tenuiflora en Mimosa limana (Embrapa, Espécies Arbóreas Brasileiras, deel 4).
De naam jurema komt volgens dezelfde bron uit het Tupi: jú-r-ema, "sappige doorn". Preta betekent zwart en verwijst naar de donkere bast. In Brazilië heet de boom per deelstaat net iets anders: calumbi in Bahia, espinheiro-preto in Ceará, gewoon jurema in Pernambuco. In Mexico kennen ze hem als tepezcohuite, in Venezuela als carbonal.
Zo ziet de boom eruit
De grootste bomen worden ongeveer 7 meter hoog, met een stam van zo'n 30 centimeter doorsnede op borsthoogte. Vaak blijft de plant lager en vertakt hij al vanaf de grond, zodat je eerder een brede struik ziet dan een boom. De takken zijn roodbruin en dragen verspreid staande doorns. Alle maten op deze pagina komen uit de Embrapa-monografie, tenzij anders vermeld.
| Onderdeel | Kenmerk |
|---|---|
| Bast | tot 5 mm dik, buitenkant donkerbruin tot grijs, ruw en in de lengte gescheurd; binnenbast donkerrood |
| Blad | dubbel geveerd, 4 tot 7 paar veertjes van 2 tot 4 cm; per veertje 15 tot 33 paar glanzende blaadjes van 5 tot 6 mm |
| Bloei | losse aren van 4 tot 8 cm met heel kleine witte bloemen die duidelijk geuren |
| Peul | 2,5 tot 5 cm, in leden verdeeld, met een dunne, brosse wand |
| Zaad | 4 tot 6 per peul, ovaal en plat, lichtbruin, 3 tot 4 mm |
Het blad lijkt op dat van andere mimosa's en acacia's. Een betrouwbaar kenmerk voor de soort zijn de doorschijnende klieren aan de onderkant van de kleinste blaadjes, samen met een buisvormige kelk met vier opvallende ribben (Embrapa, naar Silva en Sales 2008). Daarvoor heb je wel een loep nodig.
Bloei en zaad
In Pernambuco bloeit jurema preta van juli tot februari, in Ceará van september tot januari. Bijen en kleine insecten bestuiven de bloemen, en in Ceará geldt de boom als belangrijke drachtplant voor honing.
De peulen rijpen van december tot april. Ze springen pas laat open en de zaden vallen vooral recht naar beneden. Een kilo zaad bevat ongeveer 110.000 zaden. De harde zaadhuid laat nauwelijks water door, waardoor in het wild maar een klein deel van de zaden kiemt. Hoe je daar thuis mee omgaat, lees je op de pagina over kweken.
Waar jurema preta groeit
Het verspreidingsgebied is onderbroken. In Brazilië groeit de soort in de noordoostelijke deelstaten, van Ceará en Piauí tot Bahia, Sergipe en Alagoas. Daarbuiten komt hij voor in Mexico (tot 17 graden noorderbreedte in Oaxaca), El Salvador, Honduras, Colombia en Venezuela. Embrapa noemt hoogtes van 10 meter in Ceará tot 900 meter in Bahia.
Het kerngebied is de Caatinga, het droge doornbos van het Braziliaanse binnenland. De jaarlijkse regenval varieert daar van zo'n 380 millimeter in Paraíba tot 1.650 millimeter in Ceará, met lange droge perioden. De gemiddelde jaartemperatuur ligt tussen 23,5 en 27,2 °C en vorst komt in het hele natuurlijke gebied niet voor. De laagste gemeten temperatuur die Embrapa noemt is 10,1 °C.
Een pionier op kale grond
Jurema preta is een pionier: hij vestigt zich als eerste op verstoorde, kale grond en groeit zelfs waar de ondergrond bloot is komen te liggen. De wortels vormen knolletjes met Rhizobium-bacteriën die stikstof uit de lucht binden. Na kappen of brand loopt de plant snel weer uit. In sommige zwaar gebruikte delen van de Caatinga is het bijna de enige boom die nog staat.
Daarom wordt de soort in Brazilië aangeplant om aangetaste grond te herstellen en erosie te remmen. Hij geeft schaduw aan vee en bodem, en het blad blijft lang in het droge seizoen hangen.
Hout, houtskool en veevoer
Het hout is zwaar, met een dichtheid van 0,86 tot 1,10 gram per kubieke centimeter, en wordt gebruikt voor palen, hekken, kleine bruggen en rustieke meubels. Het wordt veel als brandhout gebruikt en levert houtskool met een hoge stookwaarde, die onder meer in smederijen dient. Voor papier is het hout ongeschikt.
Geiten, schapen en runderen eten het blad en de peulen. Dat heeft een keerzijde. Onderzoek in het Braziliaanse semi-aride gebied koppelt het eten van jurema preta aan aangeboren afwijkingen en verwerpen bij vooral geiten en schapen (Lima Bezerra e.a. 2021, Toxicon). Een studie van het Amerikaanse ministerie van Landbouw vond hetzelfde patroon bij drachtige ratten (Gardner e.a. 2014). Wie de plant in huis haalt, houdt hem dus buiten bereik van huisdieren.
De donkerrode binnenbast bevat looistoffen. Waarom dat hem geschikt maakt als verfstof en looimiddel, lees je bij verven en looien. De naam jurema heeft in Noordoost-Brazilië ook een religieuze betekenis; daarover gaat de pagina de jurema-traditie.