03 Traditie
De jurema-traditie in Noordoost-Brazilië
Jurema is in Noordoost-Brazilië een boom, een drank en een geestenwereld. Wat historici en antropologen beschreven, van koloniale archieven tot erfgoedwet.

In Noordoost-Brazilië betekent jurema meer dan een boomsoort. Het woord staat ook voor een drank die van de plant wordt gemaakt, voor de rituelen waarin die drank een rol speelt en voor de wereld van geesten die in die rituelen wordt aangeroepen. Antropoloog Marcus Vinícius Barreto vat het zo samen in de Enciclopédia de Antropologia van de Universiteit van São Paulo (2019). Deze pagina beschrijft die traditie historisch, aan de hand van wat onderzoekers hebben vastgelegd. Over bereiding of gebruik vind je hier niets.
Een inheemse wortel
Vrijwel alle onderzoekers zijn het erover eens dat de jurema-traditie een inheemse oorsprong heeft en sinds de koloniale tijd in het noordoosten voorkomt. Historicus Guilherme Medeiros onderzocht koloniale documenten en concludeerde in 2006 dat het rituele gebruik van jurema vanaf de achttiende eeuw aannemelijk te maken is (Barreto 2019).
Niet alleen Mimosa tenuiflora heet jurema. Volgens een overzichtsartikel van Braziliaanse botanici dragen ongeveer negentien plantensoorten die naam (Souza e.a. 2008). Jurema preta, de zwarte jurema, is de soort die in de literatuur over de rituelen steeds terugkomt.
Toré en jurema bij inheemse volken
Bij inheemse volken in het noordoosten hoort jurema bij de toré, een rituele dans die de groep als volk bevestigt. Antropoloog Rodrigo de Azeredo Grünewald beschreef in Toré e jurema: emblemas indígenas no nordeste do Brasil (2008) hoe de Atikum jurema gebruiken als teken van hun inheemse identiteit. Volken die erkenning en grondrechten van de Braziliaanse staat zoeken, laten met toré en jurema zien dat zij een traditioneel volk zijn (Barreto 2019).
In de inheemse rituelen leggen sjamanen contact met de Encantados, de betoverde geesten. Gemeenschappelijke elementen zijn de drank, de rook uit pijpen, de ratel (maracá) en de gezangen.
In 1946 bezocht de Braziliaanse onderzoeker Gonçalves de Lima een dorp van de Pankararu. Hij documenteerde daar het gebruik van de "jurema-wijn" en vond in de plant een alkaloïde die hij nigerine noemde. Later onderzoek ging ervan uit dat dit onzuiver DMT was (Souza e.a. 2008). Meer over die chemie staat op de pagina over DMT in de wortelbast.
Catimbó en Jurema Sagrada in de steden
In de steden kreeg jurema een andere vorm. In de jaren dertig van de twintigste eeuw verschenen de eerste geschreven beschrijvingen. De modernistische schrijver Mário de Andrade analyseerde in een lezing uit 1933 de gezangen van de catimbó, zoals het gebruik van jurema in Natal en Recife toen heette. Hij wees op figuren als "de meesters" en "de boom van de jurema" (Barreto 2019).
Daarna volgden de folklorist Gonçalves Fernandes (1937 en 1938), de Franse socioloog Roger Bastide (1945) en Luís da Câmara Cascudo, die de catimbó zag als mengvorm van Iberische hekserij, inheemse plantenkennis en Bantoe-ritmiek. Sommige vroege auteurs schreven er denigrerend over, als "magie" of "lage spiritistische praktijk".
In de stedelijke vorm lijkt de ceremonie op de bijeenkomsten van de umbanda. De geesten zijn er meesters en meesteressen (mestres en mestras). Ingewijden krijgen in een initiatie toegang tot de "steden" van de jurema, waar zij een band aangaan met een geest.
René Vandezande beschreef in 1975 de familie Acaes uit Alhandra in de deelstaat Paraíba. Rond die familie groeide een traditie die in het noordoosten nog altijd wordt vereerd. Alhandra geldt als historisch centrum van de Jurema Sagrada, de "heilige jurema".
Van eigen stem tot erfgoedwet
Vanaf de jaren 2010 schrijven beoefenaars ook zelf over hun traditie. In 2017 verdedigde Alexandre L'Omi L'Odo, juremeiro en oprichter van de organisatie Quilombo Cultural Malunguinho in Pernambuco, een masterscriptie waarin hij de kosmologie van de Jurema Sagrada vanuit de beoefenaars beschrijft. Malunguinho is zowel de naam van de leider van de Quilombo do Catucá, een gemeenschap van gevluchte tot slaaf gemaakten in de eerste helft van de negentiende eeuw, als die van een geest in de jurema-religie (Barreto 2019).
In 2025 erkende de deelstaat Paraíba de Jurema Sagrada bij wet als immaterieel erfgoed van de staat (lei 13.760, Assembleia Legislativa da Paraíba). De wet is kort: één artikel met de erkenning en één over de inwerkingtreding.
Wat dit niet is
De jurema-traditie is een levende religie met eigen regels, ingewijden en gemeenschappen. Een pakje bast is iets anders dan die traditie. Wie meer wil weten, vindt in de genoemde antropologische werken een betere ingang dan in webwinkels. Hoe de Nederlandse wet met de plant en met DMT omgaat, lees je op de wetpagina.